‘Ga uit mijn kamer!’ hoor je de ene schreeuwen. Ze staan beide met gebalde vuisten tegenover elkaar en je ziet eentje uithalen, het lukt je nog net om ertussen te springen om te voorkomen dat het wéér vechten wordt. Terwijl je springt schreeuw je iets in de trant van ‘en nu ophouden!’. Het logische gedeelte van de hersenen dat kan nadenken over ‘is dit nou wel zo slim?’, of ‘kan ik dit ook anders oplossen?’ staat uit bij je kinderen. Er kan nu niet logisch nagedacht worden er moet gehandeld worden, het is vechten, vluchten of bevriezen en de vuisten maken de keuze duidelijk.

Als volwassenen willen we dan dat ze sorry zeggen en het uitpraten. Op dat moment zodat jij verder kunt met koken. Hun hersenen zijn er echter nog niet toe in staat. Met een snelle ademhaling, boze blik en nog steeds één gebalde vuist zegt er eentje ‘sorry’ terwijl zijn andere hand uitreikt naar de ander. De ander loopt stampvoetend weg. Een veelvoorkomende situatie in gezinnen. Misschien niet precies zo maar vast wel vergelijkbaar. Soms ben je op tijd en vaak genoeg ben je te laat om er tussen te springen.

Ik kan me nog goed de dagen herinneren dat mijn moeder zich in haar kamer opsloot. Ze was het geruzie tussen mijn 4,5jaar oudere zus en ik zat en vond dat we het zelf maar moesten oplossen. We waren immers ook zonder haar hulp begonnen.

Het vervelende aan al die ruzies, discussies en vechtpartijen is misschien nog wel dat het normaal is en dat er zelfs voordelen aan zitten. Kinderen oefenen namelijk met vaardigheden zoals assertiviteit, het sluiten van compromissen, conflictbeheersing, eigen grenzen aanvoelen, communiceren én deze te bewaken. Dat het niet allemaal op de juiste manier gaat moeten wij volwassenen zien als an opportunity to teach. Een mogelijkheid voor jou als ouder om essentiële vaardigheden aan te leren die zij ongetwijfeld nog nodig zullen hebben in hun volwassen leven. Dus bij dezen mijn tips voor kinderen vanaf 6 jaar en ouder.

Hoe je het beste omgaat met vechtende broertjes en zusjes

1. Regels en waarden

Natuurlijk heb je al regels in je huis, en ‘niet slaan’ is een kwestie van logica. Maar het helpt enorm als je als gezin stilstaat bij wat jullie belangrijk vinden en wat jullie ongepast vinden. Mijn tip is dan ook, betrek alle gezinsleden bij deze stap op een rustig moment. Maak er geen college van maar een gesprek. Wat vinden jullie belangrijk en fijn, denk aan waarden zoals, respect, vriendelijkheid en behulpzaamheid. Het opstellen van gezinswaarden helpt om een richting te bepalen en vergroot het eenheidsgevoel. Neem ook de ruimte om gezamenlijk regels op te stellen. Let op, dat er regels zijn betekent niet dat het gedrag niet plaats zal vinden. Regels helpen slechts om het goede gedrag te stimuleren. Regels werken het effectiefst als ze omschrijven wat je wél verwacht. Dus niet ‘we slaan elkaar niet’, maar ‘we houden onze handen bij onszelf’. Het is voor ons mensen namelijk ontzettend moeilijk om te bedenken wat wél mag als je alleen geconfronteerd wordt met wat niet mag. Denk maar eens aan de volgende zin ‘We gaan nu niet aan de paarse olifant denken’, durf te wedden dat je het wel deed.

2. Wees de facilitator

Als volwassenen zijn we geneigd om in te grijpen, we willen het verhaal van beide kanten horen en als een rechter willen we dan bepalen wie er fout zat, wie er minder fout zat en we willen de strafmaat bepalen. Hiermee ontnemen we onze kinderen onbedoeld de mogelijkheid om met ruzies en onenigheden om te gaan. Een andere optie die je hebt is het te faciliteren, je begeleidt het dan in goede banen, stelt open vragen en velt er geen oordeel over. Bijvoorbeeld vragen zoals ‘hoe kunnen jullie dit het beste oplossen?’. Door middel van je vragen stimuleer je juist gedrag ‘en als je boos bent, wat kan jou dan helpen om minder boos te zijn?’. Help de kinderen om hun gevoel te uiten en hun fouten te erkennen. Als je ervoor kiest om de kinderen het zelf op te laten lossen, benoem dan dat je nog wel bereikbaar bent voor als het niet lukt, ‘Jullie gaan het nu zelf uitpraten, mocht het toch niet lukken dan ben ik in de woonkamer’.

3. Leer ze kalmeren

Op een kalm en ruzieloos moment is het goed om stil te staan bij manieren om te kalmeren als je boos bent, wat helpt je dan om af te koelen? Voor de één is het weglopen, voor de ander zijn het ademhalingsoefeningen. Er zijn tal van manieren om te oefenen met kalmeren, denk aan yoga en ademhalingstechnieken maar ook de 5-4-3-2-1 techniek. Noem vijf dingen die je ziet in je omgeving, vier dingen die je kunt voelen uit je omgeving, drie dingen die je nu hoort, twee dingen die je nu ruikt en één ding dat je nu op dit moment proeft. Het helpt kinderen om te aarden en zich bewust te worden van het hier-en-nu, waar boosheid en woede even rol spelen. Voor sommige kinderen (met name jonge kinderen) helpt het als je deze manieren om te kalmeren visueel maakt door ze op te schrijven en plaatjes erbij te zoeken. Wanneer ze dan boos zijn kun je ze de opties laten zien en vragen wat ze nu willen proberen om te kalmeren.

4. Praat over emoties

Leer je kinderen over emoties, wat ze inhouden en hoe zij deze bij zichzelf en bij anderen kunnen herkennen. Hoe ziet het eruit als je broertje geïrriteerd raakt? Wat gebeurt er als je niet stopt terwijl je zus boos wordt? Het is belangrijk dat kinderen leren dat emoties een doel hebben, dat iedereen ze heeft en dat er zowel fijne als verkeerde manieren zijn om je emoties te uiten.

[download_after_email id=”3171″]

5. Voorbeeld doet volgen

Net als vrijwel alles bij kinderen, helpt het als je als ouder het juiste voorbeeld geeft. Als je laat zien hoe het moet. We kunnen praten wat we willen maar als onze acties onze woorden tegenspreken, kiezen kinderen nou eenmaal de acties om na te doen. Dus als je ruzie of een onenigheid hebt met de andere ouder, jouw eigen broers en zussen of andere mensen, wees je bewust dat je kinderen meekijken, meeluisteren én notities maken. Vanzelfsprekend maken wij ouders ook wel eens fouten, zijn we boos en schelden we iemand uit. De trick is dan to own up to it. Erken je fout en bespreek hoe je het op kunt lossen, ‘Oeps, ik had even moeten kalmeren voordat ik dat zei, Sorry dat ik…’. Vermijd een excuses waarin je ‘maar’ gebruikt. Dat is namelijk een manier om het foute gedrag goed te praten. Denk aan ‘Sorry dat ik je geschopt heb maar ik was heel boos’.

6. Waardeer de verschillen

In onze maatschappij hechten we veel waarde aan labels. We houden ons bezig met de allerslimste, de allerbeste en de allermooiste. En onbewust zijn we er ook in ons eigen gezin mee bezig. Het ene kind wordt ‘die slimme’ genoemd en die andere ‘die met het goede haar’. Op kinderen kan dit een vervelende uitwerking hebben. Want als zij ‘die slimme’ is, ben ik het dan niet? En als zij ‘die met het goede haar is’, is mijn haar dan lelijk? Onbedoeld kan het voor gevoelens van jaloezie, onzekerheid en ontevredenheid leiden. Wees je dus bewust in hoe je over je kinderen praat en hoe anderen over jouw kinderen praten. Want het kan voor vervelende gevoelens naar broers en zussen toe zorgen. Zoek ook mogelijkheden om met ieder kind tijd door te brengen. Heb je er één die ontzettend uitblinkt in sport en waarvoor je het hele land afreist, kijk dan hoe je extra ook één op één tijd kunt doorbrengen met de andere(n).

7. Prepare for peace

In plaats van prepare for war, prepare for peace. Rollenspellen zijn een goede manier om met je kinderen te oefenen hoe zij hun ruzies een volgende keer beter kunnen oplossen. Doe dit op een moment dat er geen ruzies en onenigheden spelen en kijk of je er wat humor aan toe kunt voegen. Gebruik oude ruzies en situaties om te kijken hoe ze anders hadden kunnen reageren. Om ook het empathisch vermogen te vergroten helpt het als je van rol laat wisselen. Help ze om vanuit zichzelf te communiceren door middel van de ‘ik-boodschap’, ‘ik vind het niet fijn dat je dit doet’.

8. Neem de tijd

Ruzies tussen broertjes en zusjes zijn normaal. Deze tips kunnen je helpen om de ruzies te verminderen en wellicht wat eerlijker te laten verlopen. Ook kunnen ze helpen om ze op een andere betere manier te laten verlopen, maar ze gaan niet weg. Probeer het als kansen te zien om je kinderen de dingen te leren die zij nodig hebben voor hun volwassen leven. Wees geduldig en herhaal de tips regelmatig. Conflicthantering is een hele ingewikkelde en moeilijke vaardigheden, je kent vast genoeg volwassenen die er nog steeds mee worstelen. Dus wees niet te streng voor je kinderen. Evalueer van tijd tot tijd de regels en waarden en kijk waar aanpassingen nodig zijn. Mocht je er alleen niet uitkomen, vraag hulp.