Ze was heerlijk aan het spelen, mijn dochter van toen 14 maanden. Als trotse moeder kwam ik dichtbij haar wang en deed ik alsof ik haar een kus zou geven op dat heerlijke ronde en zachte wangetje (mind you: ze heeft mijn wangen). Sinds kort had ze door dat ze mij ook een kus kon geven. Dus dit was ons nieuwe ritueel, ik deed alsof ik haar zou kussen zodat ik een heerlijk kusje van haar kon ontvangen. Normaal deed ze dan ‘maaaa’ en dan gingen haar lippen naar binnen om de klank te maken in plaats van naar buiten om een échte kus te geven. Maar het is oké, het is nog steeds het lekkerste kusje dat ik ooit heb gehad. Net voordat we elkaar op de mond zouden kussen draai ik dan mijn hoofd zodat ze mij op mijn wang kan kussen. Dit keer ging het ietsjes anders, ze deed haar mond open en landde razendsnel met haar acht scherpe melktandjes in mijn wang. De pijn in combinatie met het gevoel van bedrog bleven nog een tijdje hangen.

Veel dreumesen en peuters komen in de fase dat ze gaan slaan en/of bijten. Het is hinderlijk gedrag dat gelukkig goed af te leren is. Voor kinderen onder de drie jaar betekent slaan en bijten puur dat ze het juiste gedrag nog moeten aanleren. Het is geen voorspeller van negatief of zorgelijk gedrag als ze ouder zijn.

Dreumesen en peuters hebben een kleine woordenschat en kunnen zich daardoor moeilijk uitdrukken. En dat terwijl ze al wel heel veel voelen, ervaren en zien. Het is te vergelijken met de gemiddelde volwassene in een land waarvan hij of zij de taal niet spreekt. We gaan dan natuurlijk niet slaan, maar we gebruiken ons lijf om gebaren te kunnen maken zodat we duidelijk kunnen maken wat we willen. Kleine kinderen kennen deze gebaren noch de woorden om zich uit te drukken niet. Dus gebruiken ze wat ze kennen, hun lijf. En vandaar dat het belangrijk is dat jij het als ouder afleert én hen aanleert wat ze wel kunnen doen als ze het woord niet kennen.

Wil je weten wat ik gedaan heb toen mijn 14 maanden oude dochter mij voor de eerste keer beet? Ik volgde mijn tips. Tried and tested.

Hoe jij jouw kleine kind het slaan en bijten afleert

1. Observeer je kind

Het oplossen van het probleem begint met het observeren van je kindje. Probeer te achterhalen wanneer jouw kind slaat of bijt, probeer de frustratie te herkennen. Is het één situatie? Zijn het meerdere situaties? Heeft je kind wel zijn dutje gedaan of is het juist tijd voor een maaltijd? Is je kindje eigenlijk te moe of te hongerig om ander gedrag te laten zien? Of is het een kwestie van nog niet geleerd hoe het de situatie op een goede manier kan aanpakken?

2. Blijf kalm

Slaan en bijten gebeurt als reactie op een innerlijke frustratie. Het kind is ergens boos of verdrietig over en raakt gefrustreerd. Doordat het de woorden niet kent, gebruikt het zijn lijf. Het is dus belangrijk dat jij laat zien wat je van je kind verwacht, namelijk dat het kalm blijft en vanuit die kalmte een keuze kan maken voor ander gedrag. Probeer dus je eigen schaamte, ontevredenheid én frustratie aan de kant te zetten en je kind te geven wat hij/zij nodig heeft, een volwassen persoon die kalm is en controle heeft over zijn/haar eigen emoties.

3. Wees empathisch en stel grenzen

Vanuit jouw kalmte is het belangrijk om empatisch te zijn. Het is belangrijk dat je niet je kind afwijst maar het gedrag dat je kind vertoond. Dit doe je door empathie te tonen voor de frustratie die je kind ervaart bijvoorbeeld ‘Ik snap het je bent boos, je wilt ook graag met de beer spelen, maar je mag andere mensen niet slaan/bijten wanneer je boos bent.’. Erken de gevoelens die je ziet, toon begrip en benoem dat je kind niet mag slaan / bijten.

4. Kalmeer je kind

Boosheid en verdriet zijn intense emoties die door het hele lichaam gevoeld worden, de ademhaling versneld, het gezicht vertrekt en spieren in het hele lichaam worden aangespannen. Het gedeelte van de hersenen dat keuzes maakt in onveilige- en panieksituaties ‘vechten/vluchten of bevriezen’ is geactiveerd en dat terwijl er eigenlijk geen paniek of sprake van onveiligheid is. Het is dus belangrijk om dit gedeelte te kalmeren. Dit doe je door je kind te knuffelen, te zingen, neuriën of wat bij jou kindje werkt om het rustig te krijgen. Het is jouw doel om je kind aan te leren dat hij/zij negatieve en heftige emoties kan ervaren zonder dat anderen daaronder hoeven te leiden. Laat je kind merken dat je deze emoties begrijpt en scheid daarna het gevoel van het gedrag, ‘Wow, wat zie jij er boos uit. Je mag best boos zijn maar als je boos bent mag je niet slaan/bijten’.

[download_after_email id=”3171″]

5. Oefen het gewenste gedrag

Zodra je kind kalm is, is er ruimte in de hersenen om iets nieuws te leren. Laat zien wat je van je kind verwacht in zo een situatie. Oefen dit gedrag met je kind, probeer de situatie waarin je kind eerst ging slaan/bijten nog eens na te doen en nu ga je met je kind oefenen hoe het wél mag reageren.

Bij de allerkleinsten tot 1,5 jaar heeft vaak oefenen in nagespeelde situaties weinig zin, zij kunnen nog niet zo goed wat zij geoefend hebben vertalen naar een echte situatie. Bij hen kun je het oefenen het liefst zo kort mogelijk houden en het liefst in een echte situatie. En dus zul je beter en vaker moeten opletten bij het samenspelen of de situaties waarin het slaan/bijten plaats vindt.

Bij wat oudere kinderen die al wel zinnen kunnen maken leg je de focus op de vraag ondersteund met een gepast gebaar. Bijvoorbeeld ‘Nee, je mag niet slaan als je boos bent’, ‘zeg maar ‘mag ik de knuffel?’ en een open hand gebaar. Dit kun je vaker oefenen door middel van een spelletje.

Bij de oudere peuters kun je het samen oefenen thuis, door middel van spelletjes, met oudere broers en zussen. Die kun je ook uitleggen dat je echt gaat oefenen. Probeer kort en bondig uit te leggen wat je verwacht. Bijvoorbeeld in de situatie dat je kindje een knuffel van een ander heeft afgepakt, ‘Als jij met de knuffel wilt spelen, kun je of wachten en met iets anders spelen, óf je vraagt of je de knuffel mag, dan zeg je…’. Het is handig om dit ook op onverwachte momenten te doen. Bijvoorbeeld met de beker tijdens het eten. Benoem dan duidelijk dat je gaat oefenen.

6. Wees geduldig

Kleine kinderen hebben veel herhaling nodig alvorens zij nieuw gedrag aanleren. Verwacht dus niet dat na vier keer oefenen zij het nu snappen. Hier kunnen soms dagen en weken overheen gaan. Ook kan het zo zijn dat je kindje na het een hele tijd goed te hebben gedaan, ineens weer gaat slaan en bijten. In dat geval begin je weer bij stap 1, je zult dan veel sneller bij stap 5 komen omdat het herhaling is en niet nieuw gedrag. 

7. Niet slaan of straffen

Een dreumes/peuter die slaat heeft geen kwade bedoelingen. Ze zijn er niet op uit om jou te kwetsen en pijn te doen. Het is slechts een uiting van een gevoel waarvoor zij nog geen goede manier van uiten hebben gevonden. Op de meest verkeerde manier smeken zij eigenlijk ‘leer mij het juiste gedrag aan’.

Slaan is niet effectief. Je wilt dat je kind stopt met iemand pijn doen en als voorbeeld ga jij jouw kind pijn doen. Dat is voor kinderen ontzettend verwarrend. Kinderen zijn bezig met het vullen van een rugtasje aan juist gedrag. Ze zijn ontzettend leergierig en nieuwsgierig en kijken naar ons volwassenen om te zien wat zij moeten doen en wat werkt. Als jij dat tasje vult met ‘terug’slaan terwijl je zegt ‘je mag niet slaan’, leer je je kind niet alleen dat slaan in sommige situaties oké is, je leert je kind ook nog eens dat wat jij zegt niet altijd waar is. 

“Where did we ever get the crazy idea that in order to make children do better, first, we have to make them feel worse. Think of the last time you felt humiliated or treated unfairly. Did you feel like cooperating or doing better?”

Jane Nelsen

Voor sommige mensen is straffen een effectieve manier. Uit verschillende onderzoeken blijkt ook dat bepaalde straffen effectief zijn, maar een straf is puur bedoeld om gedrag af te leren, denk aan een gevangenisstraf. Terwijl kinderen juist gepast gedrag moeten aanleren, kinderen moeten hun rugtasje vullen met iets dat zij wél moeten doen. Door te straffen haal je er iets uit en laat je een leegte achter. Dit maakt ook dat straffen alleen op de korte termijn werkt. Het kind zal iets ander proberen, dat jij het niet hebt aangeleerd waardoor de kans groot is dat je het weer zult (moeten) straffen. Daarnaast voelen kinderen zich naar door straffen en brengt het jou als ouder ook niet in een positieve mood.

Er zijn echter meer dan genoeg effectieve manieren die én op de lange termijn werken én tegelijkertijd werken aan een positieve relatie met je kind. Je wilt dat je kind voor altijd stopt met slaan en bijten als hij iets (van iemand anders) wilt. Dus moet je inzetten op een effectieve manier voor de lange termijn en een manier die je kind juist gedrag aanleert. Vermijd dus straffen of zeggen dat je kind ‘stout’ is, hiermee bevestig je onbedoeld de negatieve emoties die het kind ertoe leiden om te slaan en bijten. Het gaat erom dat je kind leert om op een juiste manier om te gaan met negatieve emoties. 

8. Negeer andere mensen

Je kind opvoeden is een kwetsbare taak, als je kind ‘goed opgevoed’ is krijg je complimenten, als je kind dat volgens hun maatstaven niet is dan wordt er op je neergekeken. En iedereen heeft zijn eigen mening en ervaringen met opvoeden en opvoeding. Daarnaast is opvoeden en de opvoeding van ontzettend veel factoren afhankelijk en niet alleen van jou als ouder. Plus, wat is precies een goede opvoeding? Op het moment dat jij bezig bent met je kind iets te leren zullen veel mensen daar wat van vinden. Negeer dit en focus op je taak, je taak is om je kind juist gedrag aan te leren. Laat je niet afleiden. 

9. Niet dwingen voor excuses

Er bestaat al heel lang de gedachte dat kinderen hun excuses moeten aanbieden. Ik snap het, je wilt het juiste gedrag laten zien en hoopt dat je kind het overneemt. In onze hedendaagse maatschappij hebben we echter voldoende voorbeelden van mensen die hun excuses aanbieden puur om gezichtsverlies te verminderen of vermijden. Dit moeten we onze kinderen niet willen aanleren, excuses moeten we aanbieden vanuit een oprecht gevoel van spijt, erkenning van schuld én daarom gaan we het niet meer doen. Wat mij betreft heb je twee opties:

  1. Je laat je kind ‘sorry’ zeggen voor het idee. Dreumesen en peuters (er)kennen het gevoel van spijt nog niet. Wanneer je kind wat ouder is kun je een gesprekje voeren over schulderkenning en een spijt gevoel. Dan is het nuttiger om tijd te investeren in het aanleren om sorry te zeggen.
  2. Wanneer je kindje gekalmeerd is kun je met je kindje bespreken hoe het zijn foutje goed kan maken. Bijvoorbeeld door een werkje te maken, een bloem te geven, een handje te geven. Met de hele jonge kinderen gaat het hier met name om het gesprek dat je erbij voert, bijvoorbeeld ‘Je was net boos en toen heb je iets gedaan dat niet mag, X voelde zich daar verdrietig om dus is het lief als je X een handje geeft’, ‘. Dit is zowel effectief voor kleine kinderen als voor oudere kinderen, danwel met andere bewoording.