Stel je voor. Je staat in de gym. Je gaat voor de eerste keer iets nieuws proberen. Je pakt dat wat je nodig hebt, doet je uiterste best maar het lukt voor geen meter en uit gewoonte roep je ‘ach ik kan dit niet’. Want logisch, je doet het voor de eerste keer dus hoef je het nog niet te kunnen toch? Nu komt er iemand langs en die zegt, ‘Tuurlijk kun je het wel, kijk ik ga je helpen!’. Hij of zij doet wat jij wilde doen tot in perfectie, gelijk 25 herhalingen. Doet het zonder zuchtje zonder kreun en zegt ‘Nu jij!’. Welk gevoel krijg je hierbij? En wat heb jij er precies van geleerd? Wees eerlijk, heb je er nog zin in om het te proberen?

Dit is wat er vaak gebeurt als kinderen uit frustratie ‘ik kan het niet!’ roepen of ‘het lukt me niet!’. Tijdens het helpen willen wij als volwassenen met de allerbeste bedoelingen laten zien dat het ‘goed te doen is’, dus doen wij voor hoe het moet ‘tuurlijk kun jij het wel! Gewoon even doorzetten! Kijk, zo makkelijk!’. Onbewust en onbedoeld laten we dan zien dat wij het wel kunnen, dat wij het ook nog eens makkelijk vinden. Terwijl we totaal voorbij gaan aan het gevoel van het kind, hopen we daarmee ook nog eens het kind te motiveren. We zijn dan verbaasd als het kind boos wordt en/of opgeeft omdat we ons niet bewust zijn van de boodschap die we afgeven. ‘Kijk, zo makkelijk’ zeggen terwijl het kind zijn brein in de overtuiging is dat het niet kan, helpt helemaal niets. Laten zien dat wij het wél kunnen bevestigd nog meer de overtuiging dat het moeilijk is, want wij zijn volwassenen en zij zijn de kinderen.

Hoe kun je kinderen nou het beste uit die ‘ik kan het niet’ stand halen? Lees verder voor mijn tips!

Hoe je het beste omgaat met een kind dat 'ik ksn het niet!' zegt

1. Zorg dat je zelf het goede voorbeeld geeft

Kinderen observeren ons volwassenen. Hoe moeten ze anders weten hoe volwassenen zich gedragen? Als je een ‘ik kan het niet!’ kind wilt motiveren om door te zetten, dan is het belangrijk dat je laat zien hoe jij jouw ‘ik kan het niet!’ gedachten omzet naar ‘ik ga het proberen’, Lead by example. Praat hardop als je iets moeilijk vindt, laat zien hoe jij van een ‘ik kan het niet’-stand overstapt op een ‘ik ga het nog eens proberen’-stand. Sommige kinderen vinden toneelstukjes leuk, waarbij jij als volwassene iets simpels overdreven moeilijk vind. Stel jezelf ervoor open om door je kind gecorrigeerd te worden op de momenten dat je je er misschien niet bewust van bent dat je in een ‘ik kan het niet’-stand stond.

‘The important thing is that when you see your child struggle, let them struggle a little longer than maybe is comfortable for some of us.’

– Angela Duckworth (schrijfster van Grit: The power of passion and perseverance)

2. Bied activiteiten aan die het zelfvertrouwen vergroten

Kies activiteiten uit die het zelfvertrouwen van je kind vergroten, dit zijn activiteiten die je zo hebt voorbereid dat ze haalbaar zijn voor je kind of activiteiten waarvan je al weet dat je kind dit een beetje kan. Dit doe je om het gevoel van ‘proberen’ te activeren. Hierbij benoem je dan uitgebreid de positieve dingen die je ziet. Bijvoorbeeld dat je kind geconcentreerd bezig is, alle spullen overzichtelijk neerlegt. Alles dat je kind even vergeet wanneer het in die ‘ik kan het niet’-stand zit. En vergeet het dan niet uitgebreid te vieren. Je kind heeft namelijk wél doorgezet, raakte afgeleid maar ging door, heeft hulp gevraagd. Er valt altijd wel wat te vieren!

3. Luister én toon begrip

Te vaak willen we het ompraten en aan het gevoel voorbij gaan. ‘Nee natuurlijk kun jij dat wel!’, ‘Jij bent een Obama, wij Obama’s kunnen dat!’. Terwijl het veel fijner is voor het kind om soms gewoon even een ei kwijt te kunnen. Soms is iets gewoon vervelend en moeilijk. En dat is prima. Probeer je goedbedoelde adviezen nog even achterwege te laten totdat er expliciet om gevraagd wordt.

[download_after_email id=”3171″]

4. Stel open en motiverende vragen

Soms wilt het kind op weg geholpen worden en dan werken open vragen het beste, ‘Wat heb je van mij nodig?’, ‘Wat heb je al geprobeerd?’, ‘Hoe heb je dit vorige keer opgelost?’. Je kunt ook keuzes bieden zoals ‘Je kunt het nu proberen af te maken, of je neemt even een pauze en probeert het dan nog eens’. En verstop kleine complimentjes in je vragen ‘aan jouw vraag kan ik merken dat je er heel goed over nagedacht hebt!’.

5. Weet wanneer je moet instappen

Soms is iets gewoon te moeilijk en dat is geen ramp. Maar het doel is dat er wat vaker geprobeerd wordt. Dat er niet opgegeven wordt omdat het nou eenmaal ‘een jongen / meisje is’, of omdat hij/zij nou eenmaal de zwakste van de klas is. En dat het compleet los staat van het gevoel van eigenwaarde. Dus is het als volwassene belangrijk om er goed bij te blijven en om ook eerlijk te kijken van of misschien nog niet bij de leeftijd/ontwikkeling van je kind past. Biedt dan een aangepaste of versimpelde versie aan. Kijk waar en hoe je het kind een beetje op weg kunt helpen.