0 – 1 jaar oud

‘Zij lijkt op een aap’. Ik kan het me nog goed herinneren. Ik werkte op een groep met kinderen van zes tot twaalf jaar en er kwam een nieuw meisje. De groep was voorheen altijd volledig wit en Nederlands en nu kwam er een Nederlands-Congolees meisje op de groep. Nadat zij zich voorstelde maakte één van de kinderen de opmerking. Ik had op dat moment zo graag gewild dat ze de moed had gehad om uit te spreken wat het met haar deed. In plaats daarvan klapte ze dicht en rende ze naar de gang.

Nu ik erover nadenk vind ik het vreemd dat ik toen alleen gehoopt had dat zij zich kon verweren. Begrijp me niet verkeerd, tuurlijk is dat ook belangrijk. Maar is het niet nét zo belangrijk dat je een opmerking als ‘zij lijkt op een aap’ niet maakt. Omdat je geleerd hebt dat het kwetsend is en dat het meer zegt over je eigen tekort aan kennis dan over de ander. En is het niet nét zo belangrijk dat je geleerd hebt dat je huidskleuren natuurlijk wél mag zien maar dat je op basis daarvan iemand niet uitscheldt of volgens jou eigen vooroordelen gaat behandelen?

Begin zo vroeg mogelijk

Driejarigen krijgen al te maken met raciale verschillen, micro agressies en racisme. Kinderen vanaf 6 maanden zien namelijk al kleur. Zij zien dat iemand een bruine of beige huidskleur heeft. Op basis van deze huidskleur hebben zij echter nog geen vooroordelen opgebouwd en dus behandelen zij mensen (nog) niet anders op basis van kleur. Met gemiddeld 5 jaar verandert dit. Witte kinderen kiezen dan eerder een ander wit speelmaatje. Terwijl dit bij zwarte kinderen niet het geval is.

Uit onder andere de klassieke poppentest (Clark & Clark) blijkt daarnaast dat kinderen vanaf ongeveer 4/5 jaar witte mensen een hogere, betere en mooiere status toe kennen dan mensen van kleur. Ook blijkt dat vijfjarigen al grotendeels dezelfde opvattingen hebben als hun ouders. Daarom is het belangrijk om je kind al zo vroeg mogelijk in aanraking te brengen met bepaalde begrippen en concepten die aan de basis liggen. Leer je kind daarom zo vroeg mogelijk over de verschillende huidskleuren, ongelijkheid, discriminatie en racisme. 

Toelichting

  • Micro agressies: korte en alledaagse opmerkingen en gedragingen die beledigende en negatieve vooroordelen overbrengen. Bijvoorbeeld een zwarte man die gevolgd wordt in de winkel. Of een Aziatische man vragen of hij ook zo goed kan rekenen of verwachten dat een vrouw van koken houdt.

Sluit aan bij wat je kind weet

Het belang van het aansluiten op wat je kind al weet is dat het gemakkelijker blijft hangen. Mensen leren het prettigst op basis van associaties. Gemiddelde driejarigen zijn geïnteresseerd in het leren van kleuren. Dit is één van de punten waar je op aan kunt sluiten. Als ze de basiskleuren kennen kun je ze vertellen dat het ‘huidkleurige’ krijtje niet op alle huidskleuren lijkt. Vertel ze dan gelijk dat ze dit krijtje het ‘zalmkleurige’ of ‘beige’ krijtje moeten noemen. Je kunt ze ook al vertellen dat ze een bruine huidskleur hebben maar toch een zwart kind zijn. Of dat ze een beige huidskleur hebben maar toch wit zijn en dat er mensen bestaan met een andere huidskleur. Als ze wat ouder zijn kun je ze uitleggen dat ‘blank’ een woord is dat sommige mensen nog wel zeggen maar dat wit eigenlijk netter en gepaster is en waarom.

Vertel ze over de huidskleuren van vriendjes/vriendinnetjes, neefjes/nichtjes en overige familieleden. En als iemand uit de omgeving een andere huidskleur heeft dan is dat ook een mooi punt om te bespreken. Begin bij wat het kind al kent en weet. Ze hoeven nog niet alles te begrijpen, dat doen ze namelijk ook niet wanneer jij ‘traktor’ voor de eerste keer uitlegt. Het gaat erom dat jij het gesprek start en aansluit bij wat ze op dat moment al weten of aan het leren zijn. Naarmate ze ouder worden kun je er meer aan toevoegen. Om ingewikkelde concepten als ‘racisme’ op latere leeftijd te kunnen begrijpen is het belangrijk dat kinderen onder andere begrippen als ‘pesten’ en ‘(on)gelijkheid’ kennen. Daarom is het belangrijk om goed na te denken over wat de basis is en wat je kind al weet.

Toelichting: 

  • Waarom wit in plaats van blank? De betekenis van blank is volgens het woordenboek onder andere: rein, onbevlekt, puur, heilig, in tegenstelling tot n-woord. Wit is een neutralere term die niet aangeeft dat iemand boven de ander staat, positiever, reiner en puurder is in tegenstelling tot anderen.

Wil je meer leren over antiracistisch opvoeden?

Op donderdag 13 augustus van 20.00-21.30u verzorg ik voor de tweede keer de online training. Anti-racistisch opvoeden gaat om het aanpassen van de opvoeding die je nu geeft. Het zit hem in cruciale onderdelen. Dit en nog meer bespreek ik tijdens de online training. Je kunt na afloop de training terugkijken, mocht je er op het moment niet bij kunnen zijn.

Bereid meerdere gesprekken voor

Geef je kind de tijd om het te leren en te begrijpen door het in hapklare brokken te bespreken en door wat je vorige keren besproken hebt weer te herhalen. Verwacht niet dat je kind het na één gesprek snapt, dit deed jij vast ook niet. Wanneer jullie samen tv kijken bespreek wat je ziet en koppel het aan wat er al besproken is. Op die manier werk je met je kind aan het begrijpen van de concepten, woorden en gebeurtenissen.

Denk na over jouw eigen relatie tot…

Jij bent het beginpunt en bepaald het resultaat en succes. Wat is jouw eigen relatie en ervaring met ras, huidskleur, haarstructuur, discriminatie en racisme. Hoe omschrijf jij jouw identiteit? Waar voel jij je met betrekking tot je identiteit en uiterlijk onzeker over en waar komt dit vandaan? Welke termen gebruik jij om mensen te omschrijven, hoe reageer je op mensen van jouw groep of juist van andere groepen? Neem de tijd en de ruimte om hierover na te denken. Maak aanpassingen waar nodig en denk na over de gedachtes die jij jouw kind wel én niet wilt meegeven. Wat zijn de dingen die je voor je zelf nog moet uitwerken en wie / wat kan je hiermee helpen? Door hierover na te denken voorkom je dat jouw bagage die van je kinderen wordt.

Breng je kind in aanraking met meerdere perspectieven

Door je kind kennis te laten maken met verschillende perspectieven maak je het voor je kind gemakkelijker om op een juiste manier met mensen om te gaan en je leert je kind om gevoelig en sensitief te zijn voor dingen die anders zijn. 

Boeken zijn daarvoor een goede manier. Kies daarom voor diverse boeken, boeken die gaan over mensen uit je omgeving maar ook mensen verder weg uit je omgeving. Herkenbare situaties maar ook onbekende situaties. Als je een wit kind hebt, koop eens een boek over een zwarte heldin. Als je een zwart kind hebt, breng je kind in aanraking met positieve verhalen over zwarte mensen. Want de positieve verhalen over witte mensen zien ze als ze hun tv aandoen, schoolboeken openslaan of willekeurig tijdschrift lezen. 

Films zijn daar ook een goede manier voor. Google welke films het beste bij welke onderwerpen passen en of ze recht doen aan het onderwerp waar het over gaat. Kijk samen met je kind en ga het gesprek aan over wat je kind ziet.

Evalueer je omgeving

Met wie of met wat kan jouw kind in aanraking komen? Dit is geen exacte wetenschap maar puur inschatten op basis van de buurt waar je woont, de populatie van de (voor)school van je kind, je woning, je vriendenkring, je familieleden. Wat voor mensen zijn er om je heen, lijken zij allemaal op jouw gezin? Is het enigzins een afspiegeling van de hele maatschappij? Wat is de opvatting van de mensen om je heen met betrekking tot ras, racisme, discriminatie, niet-westerse migranten etc. En hoe dragen zij deze opvattingen uit?

Wat ook belangrijk is dat je je kind helpt om oprechte relaties aan te gaan met mensen die niet op hen lijken met een andere achtergrond. Evalueer hiervoor de omgeving van je kind en je gezin. Lijkt iedereen in jouw kring op je kind of je gezin? Hoe kan jouw kind dan een kloppend wereldbeeld creëren? Hoe kan jouw kind zich dan inleven in iemand anders positie, ervaring, beleving en mening als het hier niet mee in aanraking komt. Als jij jouw kind een breder perspectief wilt meegeven en voorbereiden op een betere wereld dan is het belangrijk dat jouw kind deze bredere perspectieven ook kan ervaren. De beste manier om je kind bewust te maken van stereotypen en vooroordelen is door je kind oprechte relaties op te helpen bouwen met mensen die er anders uit zien dan je kind.

Ga de confrontatie aan

Als je in je omgeving merkt dat mensen dingen zeggen die niet overeenkomen met wat jij jouw kind wilt meegeven, leer jezelf dan om op een respectvolle manier de confrontatie aan te gaan. Dit kun je doen door bijvoorbeeld ‘hoe bedoel je?’ te zeggen of ‘kun je dit uitleggen?’. Hierdoor daag je mensen uit om écht na te denken over wat ze zeggen en er verantwoordelijkheid voor te nemen. Dit is een makkelijke manier die je ook je kind kunt aanleren. Je wilt dat je kind dit uiteindelijk ook respectvol doet, dus dan is dat wat je moet voordoen. Soms zullen emoties de overhand nemen en ook dat is prima, dan leg je dit achteraf aan je kind uit en hoe je het anders had kunnen oplossen. 

Bescherm je kinderen

Kinderen ervaren de wereld in delen. ‘De hond blafte wild naar mij’ betekent voor kinderen (zonder hond) dat alle honden gevaarlijk zijn. Zij hebben volwassenen nodig om er een geheel van te maken. Onder andere het nieuws kan (met name jonge) kinderen een onveilig gevoel geven en hen angstig maken. 

Dus als je samen het nieuws kijkt, voer er dan een gesprek over, kijk wat er besproken moet worden of genuanceerd moet worden en stel je kind hier vragen over.  Maak keuzes in waar je ze al wel aan wilt blootstellen en waar nog niet aan. Als ze ruzie hebben met een broertje of zusje ga je ook niet uitgebreid het gesprek aan over vergiffenis. Je laat ze het dan uitspreken, excuses aanbieden en ze gaan weer verder met hun leven. De kindvriendelijke versie van elkaar vergeven.

Bedenk ook wat belangrijk is voor je kind om te zien. Aan de ene kant is er een noodzaak om beelden te delen van mensen die hardhandig aangepakt worden door politie of zelfs vermoord worden. Aan de andere kant kan het met name bij kinderen (maar ook bij volwassenen) tot ongevoeligheid voor de beelden leiden, ze zien het zo vaak dus wordt het ‘normaal’. En ook kan het tot angstaanvallen en nachtmerries leiden omdat kinderen tot gemiddeld 16 jaar de context nog minder begrijpen dan de gemiddelde volwassenen.

Dus neem de leiding in wat je kind wel en wat je kind niet mag zien. Met oudere kinderen kun je dit ook als een keuze bespreken, eerst leg je uit waarom jij het afraad en wat het met jou deed en vervolgens vraag je je kind of hij/zij het toch nog wilt zien. Het is ook belangrijk om te weten dat als jij er zelf veel last van ervaart dat het beter is dat jij jouw kind niet de keuze geeft. Je wilt namelijk ook dat als jouw kind er meer last van ervaart dan hij/zij van tevoren bedacht heeft dat je kind bij jou terecht kan met vragen en zorgen, boosheid en verdriet. 

Leer je kind om verantwoordelijkheid te nemen

Kinderen kennen weinig schaamte, ze zeggen wat ze denken. Zo herkent elke volwassene wel het moment dat een kind een harde opmerking maakt over bijvoorbeeld een opvallend grote neus.  Kinderen zijn onbevangen en dat is ook niet het probleem. Het probleem zit hem vaak in dat ouders uit schaamte het kind tot stilte manen. Terwijl de ouder en de rest van de omgeving allemaal weten dat de persoon met de opvallend grote neus het gehoord heeft. In plaats van door de grond te zakken en je hoofd te begraven, kies ervoor om je kind uit te leggen dat het niet netjes is om zoiets te zeggen omdat het iemand kan kwetsen. En kijk hoe je kind het op een manier goed kan maken.

Kinderlijke onschuld begrijpen de meeste volwassenen maar door als ouder het er niet over te hebben leer je je kind het verkeerde gedrag aan. Zal je kind het dan niet meer doen? Vast wel. Het zit hem in de herhaling en je kind de tijd gunnen om te leren dat het niet netjes is, hoe ze het anders kunnen doen en hoe ze het kunnen oplossen. Een tweede keer wijs je gewoon op de vorige keer, ‘weet je nog vorige keer? Waarom was het niet netjes? Hoe ga je het goedmaken?’. Hierdoor leer je je kind om verantwoordelijkheid te nemen voor foutjes. Let er ook op dat als er gekozen wordt voor een excuses dat het een oprecht excuses is, ‘sorry dat jij je gekwetst voelt’ is absoluut niet hetzelfde als ‘sorry dat ik je uitgescholden heb, dat had ik niet moeten doen’.

Bescherm jezelf

Via social media en het nieuws krijg je veel informatie binnen. Deze informatie wordt niet voor je gefilterd en kan heftig binnen komen. Het leidt er bij veel volwassenen toe dat zij extra prikkelbaar zijn, verdriet en boosheid ervaren en niet per sé weten dat de beelden de oorzaak ervan zijn. Dus als je merkt dat je er niet tegen kunt, het is oké. Neem je rust, log uit, tv uit en focus op jezelf en je gezin. Maak tijd voor de positieve dingen en wanneer er weer ruimte in je hoofd is onderzoek dan wat jij kunt bijdragen aan de oplossing.

Gebruik de juiste termen

Om onderwerpen goed en duidelijk uit te leggen is het belangrijk dat je de beestjes bij hun naam noemt. Een 3-jarige hoef je nog niet uit te leggen over racisme. Maar je kunt het woord al wel een keer benoemen wanneer je verteld over dat mensen met een andere huidskleur anders behandeld worden. Dit is niet hetzelfde als pesten dus noem het dan ook niet zo.

Hoe omschrijf jij mensen? N-woord, blank, eskimo, koelie, bokoe, djoeka, indiaan? Onderzoek waarom dit geen juiste termen zijn en wat betere manieren zijn om iemand te omschrijven. Vraag jezelf ook af of afkomst of etniciteit ook belangrijk is voor wat je verteld. Vaak is dit een gewoonte waar we ons niet meer bewust van zijn.

Toelichting:

  • N-woord: een negatieve term om mensen met een donkerbruine huidskleur te omschrijven, benoem liever het land van herkomst. 
  • Eskimo: een negatieve term om inheemse bevolking van Alaska en arctische regio’s te benoemen, kies liever voor de gangbaardere term ‘Inuit’. 
  • koelie: een negatieve term om Surinamers met hun oorsprong in India te benoemen, het is beter om Hindoestaan te zeggen.
  • Bokoe: Een negatieve term om zwarte mensen van het continent Afrika te benoemen, het is beter om het land van oorsprong te noemen, bijv. de Congolees.
  • Djoeka: een negatieve term om zwarte mensen uit het binnenland van Suriname te noemen, benoem liever de naam van het volk; Saramaccaan, Aucaan of Ndjuka.
  • Indiaan: een negatieve term om de inheemse bevolking van de continenten noord- en Zuid-Amerika te benoemen, zeg liever inheemse bevolking van Noord- en/of Zuid-Amerika of noem de naam van het volk bijvoorbeeld Arowak, Maya’s, Cheyenne, Sioux.

Voor witte ouders

Het is fijn om in je omgeving mensen (van kleur) te hebben die je kunnen vertellen wat hun ervaring is. Echter is het ook belangrijk om te beseffen dat de ervaring van één iemand niet per sé zaligmakend is. Het is belangrijk dat je ook je eigen verantwoordelijkheid neemt in het onderzoeken van machtsverhoudingen, privileges en bijvoorbeeld institutioneel racisme. Hier bewust van zijn en veranderingen aanbrengen waar nodig is een ontzettend fijne en waardevolle bijdrage. Hierop kun je je taal en je houding aanpassen en dit kun je dan zowel bewust als onbewust meegeven aan je kinderen.

Ook wordt er door sommige mensen kleurenblindheid als optie genomen, kleurenblindheid is een gezegde waarmee men hoopt duidelijk te maken dat ze iedereen als gelijke zien. Hoe mooi het uitgangspunt ook is, gaat het totaal voorbij aan de werkelijkheid. Uit talloze voorbeelden blijkt dat mensen niet gelijk worden behandeld en door je ‘kleurenblind’ te verklaren ga je niet alleen voorbij aan de eigenheid en identiteit van mensen maar geef je ook aan dat je de situatie niet snapt. Mensen van kleur willen dat je hun kleur ziet, ze willen alleen niet dat zij op basis van die kleur (naam, uiterlijk, afkomst) anders behandeld worden.

Tot slot

Gesprekken over deze onderwerpen zijn niet makkelijk. En je moet er ook niet instappen met de gedachte dat je het met één á twee gesprekken wel uitgelegd hebt. Je voert de gesprekken om je kind te helpen begrijpen wat er in de wereld gebeurt en om je kind de keuze te geven om zich anders te gedragen. Deze gesprekken moeten door iedereen regelmatig gevoerd worden. Is het een permanente oplossing? Nee zeker niet, maar het is wat mij betreft een goed begin om de volgende generatie hier bewust van te maken.

Meer info op Instagram en Facebook
Op zowel facebook als instagram heb ik bij deze post aanvullende informatie gezet. Het geheel, het lezen van deze blog en de plaatjes erbij op facebook en instagram maken veel duidelijk. Wil jij het ook allemaal zo helder krijgen, volg me dan op

Wil je meer leren over dit onderwerp?

Op donderdag 13 augustus van 20.00-21.30u verzorg ik voor de tweede keer de online training. Anti-racistisch opvoeden gaat om het aanpassen van de opvoeding die je nu geeft. Het zit hem in cruciale onderdelen. Dit en nog meer bespreek ik tijdens de online training. Je kunt na afloop de training terugkijken, mocht je er op het moment niet bij kunnen zijn.

Schermtijd, kinderen kunnen veel leren van bepaalde Youtubefilmpjes en kindertelevisieprogramma’s. Ze leren het alfabet, kleuren, vormen en hoe weten ze nou toch iedere keer dat irritante liedje te vinden zonder dat ze kunnen lezen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat kinderen van programma’s met een bewust educatief karakter ook leren van de sociale en emotionele situaties die zij aankaarten. Denk aan de gesprekken die gevoerd worden, de avonturen die de hoofdpersonen meemaken en de problemen die opgelost worden. Kinderen kijken hiernaar en maken daardoor kennis met verschillende perspectieven, gedragingen, woorden, oplossingen en nog veel meer.

Daarnaast wordt er in de kinderprogramma’s van de allerkleinsten veel gezongen en op muziekinstrumenten gespeeld. Ze snijden leerzame thema’s aan zoals het alfabet, kleuren, cijfers en vormen. Hierdoor leert je kind deze concepten op speelse wijze kennen. En het is een fijn tijdverdrijf, kinderen hebben plezier en wij als ouders hebben dan even onze handen vrij.

Schermen sluiten niet aan op hoe kinderen leren

Er zitten echter ook een aantal nadelen aan schermtijd. En om optimaal gebruik te kunnen maken van de voordelen is het belangrijk om je ook bewust te zijn van de nadelen. En die zijn op de korte termijn minder goed te zien.

Eén gevolg die je wel direct kunt zien is het verslavende karakter van de een scherm. Observeer je kind eens, de meeste kinderen zitten stil en horen je erg slecht wanneer zij tv kijken. Ze zitten helemaal in het programma, afspraken met betrekking het uitdoen ‘over 5 minuten gaat het uit’, eindigen vaak in huilen en boos worden. Daarnaast wordt de tv door sommige kinderen ook vaak verkozen boven buiten spelen, op de kamer spelen of andere vormen van spel. De tv is daarnaast ook vaak een reden om dingen uit te stellen, opruimen wordt uitgesteld tot de reclame of totdat het programma afgelopen is.

Schermen geven kinderen onterecht het gevoel van een beloning

Dit komt met name doordat schermen zoals, tv, tablet en smartphones onterecht een beloningsgevoel geven. Het voelt prettig, je hoeft er weinig voor te doen en wordt vermaakt. De meeste kinderen zouden ongelimiteerd televisie kunnen kijken totdat hun maag of darmen het feestje onderbreken. Schermen stimuleren de beloningscentra in de hersenen. Eigenlijk zijn onze hersenen er namelijk op ingesteld dat ze iets een aantal keer willen oefenen, het dan kunnen verbeteren, beheersen en door het te beheersen een gevoel van beloning ervaren voor het harde werken. Bij het gebruik van schermen skippen de hersenen eigenlijk die stappen ervoor en geven ze gelijk een beloning af. Daarom is de tv ook zo verslavend, het voelt fijn.

Onze zintuigen zijn essentieel voor leren

Zo blijkt uit verschillende onderzoeken dat de hersenen over-gestimuleerd raken door de snel afwisselende beelden en geluiden van schermen. Ze moeten erg hard werken om dit te verwerken en halen er in verhouding weinig voordeel uit. Daarnaast houden de hersenen van kinderen ervan als ze informatie op verschillende manieren krijgen, via de oren, ogen, neus, handen, voeten, mond evenwichtsorganen en oriëntatieorganen. Dat is ook waarom baby’s beginnen met alles in hun mond te stoppen, alles te voelen, alles heen en weer te schudden om te horen wat voor geluid het maakt. En waarom peuters overal op willen klimmen en met alles willen gooien. Het is niet allen leuk, het voelt niet alleen fijn, ze zijn aan het oefenen met ruimtelijk inzicht, hun grove en fijne motoriek en hun eigen krachten aan het verkennen. Dit is hoe kinderen leren.

[download_after_email id=”3171″]

Schermen horen in de maatschappij

En ik heb mezelf er ook schuldig aan gemaakt. Voordat ik kinderen had zouden mijn kinderen nooit tv kijken. Ik dacht dat ik het het mezelf makkelijk had gemaakt door mijn tv jaren terug al weg te geven. Mijn dochter is inmiddels 15 maanden en heeft aardig wat kinderfilmpjes gezien. En ik spreek zowel mijn vriend als mezelf er regelmatig op aan dat we zelf ook iets minder met onze schermen bezig moeten zijn, wel of niet in bijzijn van de kleine. Gedurende deze coronacrisis is het ook nog eens snel opgelopen, want tsja een paar dagen okee maar zoveel weken achtereen activiteiten bedenken is een enorme uitdaging. En ik vind het belangrijk dat ze verantwoord met schermen leert omgaan. Ik geloof dat als ik haar er van weg houdt dat ze ontzettend nieuwsgierig ernaar gaat worden. En schermen zijn nou eenmaal onderdeel van onze samenleving, we kunnen niet meer zonder. Ik ben van mening dat ik mijn kind tekort doe als zij nooit een tablet mag aanraken. Dus heb ik me verdiept in wat tips die kunnen helpen.

Algemene tips: 

  • Gebruik schermen niet om je kind af te leiden van boosheid, woede en ander ongepast gedrag. Investeer tijd in het afleren van het verkeerde gedrag en het aanleren van het juiste gedrag.
  • Gebruik schermen niet om je kind in slaap te sussen. Kinderen moeten van jou leren om zichzelf in slaap te sussen. Door kort voor het slapengaan je kind naar een scherm te laten kijken worden delen van de hersenen die moeten rusten geactiveerd, hierdoor slapen kinderen onrustiger en worden zij vaker vermoeid wakker. En we weten allemaal hoe vermoeide kinderen zich gedragen.
  • Vermijd eten voor het scherm. De aandacht is hierdoor bij het scherm en niet bij het eten. Kinderen leren hierdoor niet dat zij bewust moeten eten waardoor zij minder snel een genoeg-gegeten gevoel ervaren.
  • Voor kinderen onder de 2 is het advies zo min mogelijk schermen. Dit heeft er simpelgezegd mee te maken dat zij in de echte wereld moeten leren functioneren en niet op het platte vlak of het platte scherm. Zij moeten oefenen met bijvoorbeeld hun coordinatie. Denk dan bijvoorbeeld aan iets gooien, door gooien leren zij afstanden inschatten. Essentiele onderdelen van het ruimtelijk inzicht.
  • Door te zingen en dansen houd je de overige delen van de hersenen actief.
  • Langzame beelden maken dat het met name voor de allerkleinsten goed te verwerken valt en dat ze niet overprikkeld raken. Denk dan aan programma’s waarbij de verschillende beelden elkaar niet flitsend af wisselen maar rustig afwisselen. Er zijn vaak weinig onnodige details in het beeld verwerkt zodat de focus echt ligt op de hoofdpersoon, de interactie met overige personen en het avontuur.
  • Denk ook aan je eigen schermengebruik, het is gemakkelijker je kind erin te sturen en te corrigeren als je dit bij jezelf doet.

Ze was heerlijk aan het spelen, mijn dochter van toen 14 maanden. Als trotse moeder kwam ik dichtbij haar wang en deed ik alsof ik haar een kus zou geven op dat heerlijke ronde en zachte wangetje (mind you: ze heeft mijn wangen). Sinds kort had ze door dat ze mij ook een kus kon geven. Dus dit was ons nieuwe ritueel, ik deed alsof ik haar zou kussen zodat ik een heerlijk kusje van haar kon ontvangen. Normaal deed ze dan ‘maaaa’ en dan gingen haar lippen naar binnen om de klank te maken in plaats van naar buiten om een échte kus te geven. Maar het is oké, het is nog steeds het lekkerste kusje dat ik ooit heb gehad. Net voordat we elkaar op de mond zouden kussen draai ik dan mijn hoofd zodat ze mij op mijn wang kan kussen. Dit keer ging het ietsjes anders, ze deed haar mond open en landde razendsnel met haar acht scherpe melktandjes in mijn wang. De pijn in combinatie met het gevoel van bedrog bleven nog een tijdje hangen.

Veel dreumesen en peuters komen in de fase dat ze gaan slaan en/of bijten. Het is hinderlijk gedrag dat gelukkig goed af te leren is. Voor kinderen onder de drie jaar betekent slaan en bijten puur dat ze het juiste gedrag nog moeten aanleren. Het is geen voorspeller van negatief of zorgelijk gedrag als ze ouder zijn.

Dreumesen en peuters hebben een kleine woordenschat en kunnen zich daardoor moeilijk uitdrukken. En dat terwijl ze al wel heel veel voelen, ervaren en zien. Het is te vergelijken met de gemiddelde volwassene in een land waarvan hij of zij de taal niet spreekt. We gaan dan natuurlijk niet slaan, maar we gebruiken ons lijf om gebaren te kunnen maken zodat we duidelijk kunnen maken wat we willen. Kleine kinderen kennen deze gebaren noch de woorden om zich uit te drukken niet. Dus gebruiken ze wat ze kennen, hun lijf. En vandaar dat het belangrijk is dat jij het als ouder afleert én hen aanleert wat ze wel kunnen doen als ze het woord niet kennen.

Wil je weten wat ik gedaan heb toen mijn 14 maanden oude dochter mij voor de eerste keer beet? Ik volgde mijn tips. Tried and tested.

Hoe jij jouw kleine kind het slaan en bijten afleert

1. Observeer je kind

Het oplossen van het probleem begint met het observeren van je kindje. Probeer te achterhalen wanneer jouw kind slaat of bijt, probeer de frustratie te herkennen. Is het één situatie? Zijn het meerdere situaties? Heeft je kind wel zijn dutje gedaan of is het juist tijd voor een maaltijd? Is je kindje eigenlijk te moe of te hongerig om ander gedrag te laten zien? Of is het een kwestie van nog niet geleerd hoe het de situatie op een goede manier kan aanpakken?

2. Blijf kalm

Slaan en bijten gebeurt als reactie op een innerlijke frustratie. Het kind is ergens boos of verdrietig over en raakt gefrustreerd. Doordat het de woorden niet kent, gebruikt het zijn lijf. Het is dus belangrijk dat jij laat zien wat je van je kind verwacht, namelijk dat het kalm blijft en vanuit die kalmte een keuze kan maken voor ander gedrag. Probeer dus je eigen schaamte, ontevredenheid én frustratie aan de kant te zetten en je kind te geven wat hij/zij nodig heeft, een volwassen persoon die kalm is en controle heeft over zijn/haar eigen emoties.

3. Wees empathisch en stel grenzen

Vanuit jouw kalmte is het belangrijk om empatisch te zijn. Het is belangrijk dat je niet je kind afwijst maar het gedrag dat je kind vertoond. Dit doe je door empathie te tonen voor de frustratie die je kind ervaart bijvoorbeeld ‘Ik snap het je bent boos, je wilt ook graag met de beer spelen, maar je mag andere mensen niet slaan/bijten wanneer je boos bent.’. Erken de gevoelens die je ziet, toon begrip en benoem dat je kind niet mag slaan / bijten.

4. Kalmeer je kind

Boosheid en verdriet zijn intense emoties die door het hele lichaam gevoeld worden, de ademhaling versneld, het gezicht vertrekt en spieren in het hele lichaam worden aangespannen. Het gedeelte van de hersenen dat keuzes maakt in onveilige- en panieksituaties ‘vechten/vluchten of bevriezen’ is geactiveerd en dat terwijl er eigenlijk geen paniek of sprake van onveiligheid is. Het is dus belangrijk om dit gedeelte te kalmeren. Dit doe je door je kind te knuffelen, te zingen, neuriën of wat bij jou kindje werkt om het rustig te krijgen. Het is jouw doel om je kind aan te leren dat hij/zij negatieve en heftige emoties kan ervaren zonder dat anderen daaronder hoeven te leiden. Laat je kind merken dat je deze emoties begrijpt en scheid daarna het gevoel van het gedrag, ‘Wow, wat zie jij er boos uit. Je mag best boos zijn maar als je boos bent mag je niet slaan/bijten’.

[download_after_email id=”3171″]

5. Oefen het gewenste gedrag

Zodra je kind kalm is, is er ruimte in de hersenen om iets nieuws te leren. Laat zien wat je van je kind verwacht in zo een situatie. Oefen dit gedrag met je kind, probeer de situatie waarin je kind eerst ging slaan/bijten nog eens na te doen en nu ga je met je kind oefenen hoe het wél mag reageren.

Bij de allerkleinsten tot 1,5 jaar heeft vaak oefenen in nagespeelde situaties weinig zin, zij kunnen nog niet zo goed wat zij geoefend hebben vertalen naar een echte situatie. Bij hen kun je het oefenen het liefst zo kort mogelijk houden en het liefst in een echte situatie. En dus zul je beter en vaker moeten opletten bij het samenspelen of de situaties waarin het slaan/bijten plaats vindt.

Bij wat oudere kinderen die al wel zinnen kunnen maken leg je de focus op de vraag ondersteund met een gepast gebaar. Bijvoorbeeld ‘Nee, je mag niet slaan als je boos bent’, ‘zeg maar ‘mag ik de knuffel?’ en een open hand gebaar. Dit kun je vaker oefenen door middel van een spelletje.

Bij de oudere peuters kun je het samen oefenen thuis, door middel van spelletjes, met oudere broers en zussen. Die kun je ook uitleggen dat je echt gaat oefenen. Probeer kort en bondig uit te leggen wat je verwacht. Bijvoorbeeld in de situatie dat je kindje een knuffel van een ander heeft afgepakt, ‘Als jij met de knuffel wilt spelen, kun je of wachten en met iets anders spelen, óf je vraagt of je de knuffel mag, dan zeg je…’. Het is handig om dit ook op onverwachte momenten te doen. Bijvoorbeeld met de beker tijdens het eten. Benoem dan duidelijk dat je gaat oefenen.

6. Wees geduldig

Kleine kinderen hebben veel herhaling nodig alvorens zij nieuw gedrag aanleren. Verwacht dus niet dat na vier keer oefenen zij het nu snappen. Hier kunnen soms dagen en weken overheen gaan. Ook kan het zo zijn dat je kindje na het een hele tijd goed te hebben gedaan, ineens weer gaat slaan en bijten. In dat geval begin je weer bij stap 1, je zult dan veel sneller bij stap 5 komen omdat het herhaling is en niet nieuw gedrag. 

7. Niet slaan of straffen

Een dreumes/peuter die slaat heeft geen kwade bedoelingen. Ze zijn er niet op uit om jou te kwetsen en pijn te doen. Het is slechts een uiting van een gevoel waarvoor zij nog geen goede manier van uiten hebben gevonden. Op de meest verkeerde manier smeken zij eigenlijk ‘leer mij het juiste gedrag aan’.

Slaan is niet effectief. Je wilt dat je kind stopt met iemand pijn doen en als voorbeeld ga jij jouw kind pijn doen. Dat is voor kinderen ontzettend verwarrend. Kinderen zijn bezig met het vullen van een rugtasje aan juist gedrag. Ze zijn ontzettend leergierig en nieuwsgierig en kijken naar ons volwassenen om te zien wat zij moeten doen en wat werkt. Als jij dat tasje vult met ‘terug’slaan terwijl je zegt ‘je mag niet slaan’, leer je je kind niet alleen dat slaan in sommige situaties oké is, je leert je kind ook nog eens dat wat jij zegt niet altijd waar is. 

“Where did we ever get the crazy idea that in order to make children do better, first, we have to make them feel worse. Think of the last time you felt humiliated or treated unfairly. Did you feel like cooperating or doing better?”

Jane Nelsen

Voor sommige mensen is straffen een effectieve manier. Uit verschillende onderzoeken blijkt ook dat bepaalde straffen effectief zijn, maar een straf is puur bedoeld om gedrag af te leren, denk aan een gevangenisstraf. Terwijl kinderen juist gepast gedrag moeten aanleren, kinderen moeten hun rugtasje vullen met iets dat zij wél moeten doen. Door te straffen haal je er iets uit en laat je een leegte achter. Dit maakt ook dat straffen alleen op de korte termijn werkt. Het kind zal iets ander proberen, dat jij het niet hebt aangeleerd waardoor de kans groot is dat je het weer zult (moeten) straffen. Daarnaast voelen kinderen zich naar door straffen en brengt het jou als ouder ook niet in een positieve mood.

Er zijn echter meer dan genoeg effectieve manieren die én op de lange termijn werken én tegelijkertijd werken aan een positieve relatie met je kind. Je wilt dat je kind voor altijd stopt met slaan en bijten als hij iets (van iemand anders) wilt. Dus moet je inzetten op een effectieve manier voor de lange termijn en een manier die je kind juist gedrag aanleert. Vermijd dus straffen of zeggen dat je kind ‘stout’ is, hiermee bevestig je onbedoeld de negatieve emoties die het kind ertoe leiden om te slaan en bijten. Het gaat erom dat je kind leert om op een juiste manier om te gaan met negatieve emoties. 

8. Negeer andere mensen

Je kind opvoeden is een kwetsbare taak, als je kind ‘goed opgevoed’ is krijg je complimenten, als je kind dat volgens hun maatstaven niet is dan wordt er op je neergekeken. En iedereen heeft zijn eigen mening en ervaringen met opvoeden en opvoeding. Daarnaast is opvoeden en de opvoeding van ontzettend veel factoren afhankelijk en niet alleen van jou als ouder. Plus, wat is precies een goede opvoeding? Op het moment dat jij bezig bent met je kind iets te leren zullen veel mensen daar wat van vinden. Negeer dit en focus op je taak, je taak is om je kind juist gedrag aan te leren. Laat je niet afleiden. 

9. Niet dwingen voor excuses

Er bestaat al heel lang de gedachte dat kinderen hun excuses moeten aanbieden. Ik snap het, je wilt het juiste gedrag laten zien en hoopt dat je kind het overneemt. In onze hedendaagse maatschappij hebben we echter voldoende voorbeelden van mensen die hun excuses aanbieden puur om gezichtsverlies te verminderen of vermijden. Dit moeten we onze kinderen niet willen aanleren, excuses moeten we aanbieden vanuit een oprecht gevoel van spijt, erkenning van schuld én daarom gaan we het niet meer doen. Wat mij betreft heb je twee opties:

  1. Je laat je kind ‘sorry’ zeggen voor het idee. Dreumesen en peuters (er)kennen het gevoel van spijt nog niet. Wanneer je kind wat ouder is kun je een gesprekje voeren over schulderkenning en een spijt gevoel. Dan is het nuttiger om tijd te investeren in het aanleren om sorry te zeggen.
  2. Wanneer je kindje gekalmeerd is kun je met je kindje bespreken hoe het zijn foutje goed kan maken. Bijvoorbeeld door een werkje te maken, een bloem te geven, een handje te geven. Met de hele jonge kinderen gaat het hier met name om het gesprek dat je erbij voert, bijvoorbeeld ‘Je was net boos en toen heb je iets gedaan dat niet mag, X voelde zich daar verdrietig om dus is het lief als je X een handje geeft’, ‘. Dit is zowel effectief voor kleine kinderen als voor oudere kinderen, danwel met andere bewoording.

Nu we met z’n allen thuis zitten hebben we ineens veel tijd. Als ouder van een klein kind is tijd echter een illusie. Ik ben qua tijdsindeling volledig afhankelijk van de zin en wil van mijn kleine. Al een tijdje struggelen we met haar tweede dutje. Ze wilt hem simpelweg niet doen. Dus hebben we van 11-14u haar eerste dutje, rust en ruimte om ons eigen ding te doen. Daarna zijn we bezig met haar tot 1830u bezig te houden. We, zijn mijn partner en ik. Ouders die er alleen voor staan hebben die mogelijkheid om af te wisselen niet. En ook al heb je het wel, het blijft een uitdaging thuis werken met een dreumes of peuter.

Daarom 7 tips die helpen om je kind alleen te leren spelen.

Hoe je een dreumes en peuter zelfstandig leert spelen

1. Ritme en regelmaat

Dreumesen en peuters houden van ritme en regelmaat. Hierdoor weten ze wat er van hen verwacht word. Des te duidelijker je hen dit aanbied des te gemakkelijker zij erin meegaan. Een vast alleen-speel momentje dat bijvoorbeeld na de lunch volgt of na het dutje werkt het beste. Probeer dit op normale dagen zoveel mogelijk hetzelfde te houden.

2. Vul het liefdesbekertje

Zorg dat je tijd vrijmaakt om echt met je kind te spelen. Op kindniveau, niet vanaf de bank of je kind in de kinderstoel en jij aan tafel. Écht op de grond en je kind volgen. Op de plek waar je kind vrij is. Hiermee vul je als het ware hun aandachtbekertje met waar zij behoefte aan hebben. Daar kunnen ze dan op teren wanneer jij bijvoorbeeld gaat koken. En als je dan samen speelt, probeer er niet stiekem een woorden, kleuren of vormenlesje van te maken. Probeer je kind te volgen in zijn of haar spel. Het gaat nu echt alleen dat aandachtbekertje vullen.

3. Bereid het voor

Leg van tevoren speelgoed klaar waarmee jouw kind alleen tijdens het alleen spelen mee mag spelen. Denk aan uitdagend en leuk speelgoed dat je kind zelfstandig kan uitvoeren.

4. Leg je verwachtingen uit

Ondanks dat je kind misschien nog niet praat, is het wel belangrijk dat jij praat en verteld wat je verwacht. Leg kort en krachtig uit wat je gaat doen en wat je precies verwacht.

[download_after_email id=”3171″]

5. Geef complimenten

Als je je kleine zelfstandig ziet spelen, zorg dan dat je benoemd wat je daarvan vind en welk gevoel het je geeft. Een mooi moment om het aandachtbekertje te vullen met jouw verwachtingen.

6. Erken de gevoelens

Soms worden kinderen boos, het duurt te lang of iets lukt hen niet of eén van de andere talloze redenen. Probeer dan zelf rustig te blijven en het gevoel te erkennen. Bijvoorbeeld ‘ik snap het. Je wilt dat ik met je kom spelen en je vind het niet leuk dat het nu niet kan.’. Het erkennen van het gevoel betekent niet dat je gelijk stopt met waar je mee bezig bent. Het eten moet ten slotte op tafel komen toch? Het betekent puur en alleen erkennen van het gevoel.

7. Pas aan waar nodig

Kijk wat haalbaar is en maak aanpassingen. Soms is je kind het spel zat, dan kun je het een nieuwe activiteit aanbieden. Soms helpt een knuffel. En soms wilt je kind gewoon even bij je zijn. Benoem bijvoorbeeld dat terwijl het eten staat te koken dat je nu even tijd hebt maar daarna weer verder gaat.

8. Gun je kind de tijd om het te leren

Verwacht niet dat het je kind de eerste keer lukt. Oefen het meerdere keren. Gun je kind de kans om het te leren. Wanneer het 3 minuten gelukt is, is het tijd voor een feestje. Hopelijk lukt het een volgende keer 4 minuten